Tutorial over werkenmet lagen in Photoshop

WERKEN MET LAGEN IN PHOTOSHOP

Lagen zijn eigenlijk de ruggengraad van Photoshop. Het geeft je de mogelijkheid om foto’s te bewerken zonder de oorspronkelijke foto aan te tasten. Zonder lagen zou Photoshop ons niet kunnen bieden, wat het nu te bieden heeft.

Ik zal je in een paar eenvoudige stappen het volgende proberen uit te leggen:

  1. Wat is een laag?
  2. Wat is het nut van lagen?
  3. Hoe maak je een laag aan?
  4. Hoe bewerk je een laag?

Deze onderwerpen zijn slechts het begin, maar voldoende om je een basiskennis te geven over lagen en het werken met lagen in Photoshop. Laten we beginnen!

  1. als je Photoshop nog niet hebt geïnstalleerd, dan kan je het hier downloaden (inclusief gratis proefversie). Zelf gebruik ik deze ook dit kost €12,50 p/m. Dit is inc. Lightroom.

WAT IS EEN LAAG?

Een laag in Photoshop is eigenlijk niets anders dan bijvoorbeeld pagina’s in een boek: 2 of meerdere velletjes die je op elkaar kunt leggen. In Photoshop kun je per velletje bepalen hoe dat velletje eruit ziet (laag effecten), en wat er van dat velletje zichtbaar is en wat niet (transparantie). Je kunt een laag ook vergelijken met een vel plastic keukenfolie dat je over een foto heen spant. De folie is dan een laag. Als je vervolgens met een kwast en wat verf iets op het folie schildert, dan is de foto daaronder nog steeds zichtbaar, met jouw schilderwerk er bovenop. Mocht je je schilderwerk nou toch niet zo mooi vinden, dan verwijder je gewoon het keukenfolie, en tadaa: je originele foto is weer terug zonder dat deze aangepast is.

Dit is precies zoals lagen in Photoshop ook werken.

Als je een foto opent in Photoshop, dan wordt deze foto als basis laag of achtergrond geladen in het lagenvenster, vaak rechts onder in je beeld. In dit lagenvenster zie je alle lagen die in het geopende document beschikbaar zijn. Als je een foto opent, dan begin je dus met één laag: de geopende foto als basis laag / achtergrond.

de groene pijl geeft het lagenventer weer, met de lege basis laag of de achtergrond laag

WAT IS HET NUT VAN LAGEN?

Het allerbelangrijkste nut van lagen is dat je bewerkingen kunt uitvoeren in een foto zónder dat je de daadwerkelijke foto aantast. Oftewel, je werkt in een laag die bovenop je oorspronkelijke foto ligt, en je past alleen die laag aan. Ook is het mogelijk een effect toe te passen op je foto, en vervolgens heel specifiek aan te geven waar je dit effect zichtbaar wilt hebben en waar niet.

Ook dit doe je door te werken met lagen. Daarnaast kun je met lagen bewerking, op bewerking, op bewerking uitvoeren en heel precies bepalen waar deze bewerking zichtbaar is en waar niet.

HOE MAAK JE EEN LAAG AAN?

Ok, nu je weet wat een laag is en waarvoor lagen handig kunnen zijn, is het tijd om meer praktisch aan de slag te gaan. Je zult het meest in aanraking komen met lagen doordat je een effect wilt toepassen: je doet dit namelijk door een aanpassingslaag te maken. Een andere manier om een nieuwe laag te creëren is door het toevoegen van een nieuwe transparante laag.

Maar laten we beginnen met de eerste optie: een aanpassingslaag wordt gemaakt door te klikken op het ronde zwart/witte icoontje aan de onderkant van het lagenvenster.

Klik hier om een opvul- of aanpassingslaag toe te voegen. Je zult zien dat een menu verschijnt, zoals hierboven getoond. 

Als je hierop klikt krijg je een menu te zien met allerlei verschillende bewerkingsmogelijkheden. Denk aan contrast, belichting, helderheid, kleurbalans, kleurtoon, verzadiging etc. In een andere tutorial zal ik deze individuele opties langslopen, maar voor nu is het alleen noodzakelijk te weten dat ze er zijn.

Klik eens op een van de opties; laten we zeggen Curven (Curves in dit Engelse voorbeeld).

Je zult zien dat er nu een nieuwe laag wordt gemaakt, bovenop de basis laag. Samen met deze nieuwe laag wordt direct een eigenschappen paneel geopend. Je ziet dit verschijn boven je lagenvenster. Hiermee kun je de instellingen voor deze laag wijzigen. Mocht je dit paneel niet zien, klik dan op de tab ‘eigenschappen’.

 

Nu is het voor deze tutorial niet direct van belang wat deze curves laag doet, maar meer het feit hoe je een laag kunt creëren en waar je deze vervolgens ziet. Om je toch een idee te geven: met deze curves laag kun je de belichting in je foto aanpassen. Door in het bedieningspaneel boven het lagenpaneel deze curves lijn te verschuiven, maak je je foto lichter of donkerder. Nogmaals, meer details in een volgende tutorial.

Het nut van deze manier van bewerken is dat je bewerking na bewerking kunt uitvoeren, zonder dat je de originele foto aantast. Door dus verschillende aanpassingslagen te openen bovenop je foto, kun je stap voor stap je foto aanpassen precies zoals jij dat wil. Laten we voor nu zeggen dat we de helderheid, de kleurbalans en verzadiging aanpassen. Mocht je nu na al je aanpassingen te hebben uitgevoerd, de helderheid toch niet zo mooi vinden (de eerste aanpassing), dan verwijder je gewoon simpelweg de helderheid laag zonder dat je één van de andere bewerkingen aantast (lees verderop hoe).

Of, om weer terug te gaan naar het voorbeeld van het keukenfolie: over je foto span je een laagje folie, die je deels groen schildert. Vervolgens span je weer een laagje folie die je deels rood schildert, en als laatste een laagje met wat geel. Je vind het geel en groen prachtig, maar het rood is toch niet zo mooi. Je haalt dan dus simpelweg het rode laagje keukenfolie weg, waardoor je alleen je groene en gele laag overhoudt. Je originele foto is niet aangetast, en je hoeft de andere twee bewerking (de gele en groene laag) niet opnieuw uit te voeren!

Er zijn verschillende lagen gemaakt en worden weergegeven in het lagenvenster

Had je dit gedaan zonder te werken met lagen (dus direct op de foto), dan had je alles opnieuw moeten doen als je de eerste bewerking ongedaan had willen maken.

Je kunt ook een compleet lege laag creëren, die je vervolgens gebruikt om bijvoorbeeld tekst te schrijven. Je kunt dit doen door op het laag icoontje (vierkantje met omgevouwen hoekje) te klikken onder het lagenpaneel, of door simpelweg op het tekst icoontje aan de linkerkant van je beeldscherm in de gereedschapsbalk te klikken. Door het tekst gereedschap te gebruiken, maakt Photoshop automatisch een nieuwe laag aan. Probeer dit zelf eens, en zie dat er een nieuwe laag ontstaat zodra je ergens in je foto wilt gaan typen. Je kan deze lege laag ook gebruiken om met de kwast iets te tekenen, of elke andere creatieve aanpassing te maken die je maar kan bedenken!

Geef je laag een naam

Het is slim om de laag, nadat je hem hebt gemaakt, een specifieke naam te geven zodat tijdens het gehele bewerkingsproces duidelijk blijft wat die laag precies doet. Als je een nieuwe vul- of aanpassings laag toevoegt, krijg deze in principe direct van Photoshop een naam. Dus een curven laag heet ‘curven’.

Maar verderop in het bewerkingsproces zou het kunnen dat je een tweede curven laag toevoegd: dan wordt het verwarrend. Dus geef je laag een naam die de specifieke eigenschap aangeeft: bijvoorbeeld ‘curven gezicht’, als je een gezicht op je foto met deze laag hebt opgelicht.

Door dubbel te klikken op de naam (tekst) van de laag, wordt deze gemarkeerd en kun je de tekst wijzigen.

Het verwijderen van een laag

Als je een laag hebt gemaakt, maar je bent er toch niet zo blij mee, dan kun je deze heel simpel verwijderen. Door met de rechtermuisknop op de laag te klikken, kun je ‘laag verwijderen’ aanklikken.

Of, nog makkelijker: klik met je rechtermuisknop op de laag, en houd je muisknop ingedrukt.

Sleep de laag vervolgens naar het prullenbak icoontje onderin je lagenpaneel, en laat het daar los.

Een laag zichtbaar of onzichtbaar maken

Als je het resultaat van je laag wilt vergelijken met het origineel van voor de laag, of je wilt om een andere reden de laag onzichtbaar maken zonder hem te verwijderen, klik dan simpelweg op het oog-icoontje aan de linkerkant van de laag in het lagenvenster. Het oog-icoontje zal nu verdwijnen, wat betekend dat je laag onzichtbaar is. Je zult ook zien dat het laageffect in je foto verdwijnt.

Als je de laag weer zichtbaar wilt maken, klik je op dezelfde plek waar het oog-icoontje zichtbaar was (het is nu een leeg vierkantje), en de laag wordt weer zichtbaar.

Het oog-icoontje, de prullenbak en naam van de laag

HOE BEWERK JE EEN LAAG?

Nu je weet wat een laag is, en hoe je een nieuwe laag of een aanpassingslaag maakt, is het tijd om te zien hoe je een laag kunt bewerken. Dit is een vrij algemeen begrip, want er zijn duizenden manieren om een laag te bewerken. Wat ik bedoel is: wat kun je nou met een laag, nadat je deze hebt gemaakt?

Zo kun je op deze manier de intensiteit van verschillende bewerkingen aanpassen door de dekking (opacity) van de aanpassings laag aan te passen. Deze staat standaard op 100%, maar door deze omlaag te brengen, zwak je het effect van de aanpassings laag af. Hierdoor kun je heel precies een bewerking aanpassen, ook al heb je deze bewerking eerder in het proces gemaakt.

Je vind deze functie bovenaan je lagenpaneel. Als je hierop klikt krijg je een schuifje te zien. Door deze naar links te schuiven met je muis, wordt de dekking verlaagd. Je ziet direct het resultaat.

Ook kun je bijvoorbeeld een deel van een laag zichtbaar maken, en een deel niet zichtbaar of transparant. Hierdoor kun je bijvoorbeeld de effecten waar we het net over hadden (de aanpassings- en opvul lagen) toepassen op een specifiek gebied in je foto.

Denk hierbij aan een beslagen douchecabine of raam. Het glas is je laag, hetgeen achter het glas je originele foto. Stel dat het beslaan van het raam het effect is dat je wilt creëren, maar niet op het gehele oppervlak, dan veeg je met je hand over dat gedeelte. Je maakt dat gedeelte van het beslagen raam weer transparant en je ziet wat eronder ligt, zonder effect.

Dit werkt hetzelfde in Photoshop. Als je je aanpassings laag het gemaakt, maar je wilt dit niet toepassen op een bepaald gedeelte van je foto, dan wis je dat gedeelte van de aanpassings laag gewoon weg.

Je doet dit in wat een laagmasker wordt genoemd. Dit bespreken we in de volgende tutorial! 

OEFENING

Het is tijd om zelf te oefenen. Probeer het volgende om een gevoel te krijgen van werken met lagen:

  1. Open uw foto naar keuze in Photoshop (open Photoshop, klik op ‘ bestand ‘, klik op ‘ openen ‘, en selecteer de gewenste foto);
  2. Zoek je lagen paneel en bekijk of je foto als achtergrond zichtbaar is;
  3. Voeg een ‘curven’ laag toe en speel wat met de curve (sleep de curve omhoog en omlaag) in het eigenschappenvenster om te zien wat het doet;
  4. Hernoem deze laag en noem hem ‘Oefening curven’;
  5. Voeg een ‘levendigheid’ laag toe en speel wat met de schuifregelaars in het eigenschappenvenster om te zien wat ze doen;
  6. Hernoem deze laag en noem hem ‘Oefening levendigheid’;
  7. Verlaag de dekking van de levendigheid laag door de schuifregelaar ‘dekking’ naar links te slepen.
  8. Maak de curven laag onzichtbaar door te klikken op het oog-icoon aan de linkerkant van de laag;
  9. Maak de curven laag weer zichtbaar, door te klikken op het lege vierkantje waar het oog zichtbaar was;
  10. Verwijder de curven laag door deze naar het prullenbakje te slepen.

Zie de video hieronder voor een voorbeeld van deze oefening.

 

Succes.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top