Tutorial over het histogram

Histogram beter leren lezen.

 

Lukt het je namelijk op het histogram te beheersen dan heb je de juiste digitale data van je foto beschikbaar. Tegenwoordig is het dan ook niet meer nodig om de perfecte foto in het veld te maken. Met de hulp van Photoshop of Lightroom kan je aan een slecht belichte foto toch nog een acceptabel resultaat overhouden. Toch blijft het belangrijk om foto’s goed te belichten! Het is namelijk goed om te weten dat de perfecte foto iets anders is dan de juiste belichting. De perfecte foto kun je achteraf maken met technieken zoals oplichten optrekken van schaduwen of het terugdringen van hooglichten. In de nabewerking lijken de mogelijkheden eindeloos. Met een goede belichte foto heb je achteraf veel meer mogelijkheden tijdens de nabewerking. Verzamel dus de juiste data in je histogram en leer in dit deze fotoblog hoe je het histogram kunt lezen en gebruiken.

 

  1. WAT IS HET HISTOGRAM

Het histogram is een soort van wiskundige weergave van je foto. Het geeft inzicht in de belichting en geeft de halftonen in een afbeelding, gerangschikt van de donkerste tot de lichtste partijen. Het is eigenlijk een x-y diagram. Op de x-as vind je het contrastbereik van je camera, ook wel het dynamische bereik genoemd. Op die horizontale as vind je dus alle mogelijke tonen die door de camera weergeven kunnen worden. Het dynamische bereik van een camera verschilt van model tot model. Het ene type zal al wat meer toonverschillen kunnen weergeven dan het andere, doch blijft de werking van het histogram voor alle camera’s identiek.

De meeste camera’s zijn uitgerust met een histogram. Om correct te leren belichten moet je eerst goed begrijpen hoe een camera werkt en hoe die de werkelijkheid ziet. In een ander artikel over licht meten heb ik daar een bredere uitleg over gegeven. Een camera meet en fotografeert het licht dat door het onderwerp wordt gereflecteerd. De lichtreflectie wordt omgezet in een middentoon van 18 % grijs (midden-grijs). De camera probeert dan ook alle tonen van je foto als grijs te fotograferen. Dit zijn dan ook de tonen die op je histogram worden weergegeven.

Goed belicht / onderbelicht en overbelicht.

 

2.MIDDEN-GRIJS.

Het lichtmeetsysteem van je camera gaat (net als een losse lichtmeter) dus uit van een neutrale waarde. Per slot van rekening moet er toch een soort van gemiddelde zijn waar zo’n systeem zich op kan baseren. Of het nu gaat om opvallend licht dat je met een losse lichtmeter meet of over reflecterend licht, beide systemen meten een gemiddeld van 18% grijs. Deze neutrale midden-grijs meting zorgt ervoor dat er een diafragma en/of sluitertijd wordt bepaald bij een gegeven ISO-waarde. Zijn alle kleuren en reflectiewaarden van je onderwerp bij elkaar opgeteld, vermenigvuldigd en gedeeld ongeveer dit midden-grijs, ga je naar huis met een perfect belichte opname.

Wie om zich heen kijkt zal opvallen dat onze wereld niet uit een gemiddelde van 18% grijs bestaat. Overal zie je variaties, contrasten en lichtverschillen die de nodige uitdagingen vormen. Doordat de camera alles in grijstinten omzet kun je een soort schaal maken van licht naar donker zoals je op de onderstaande afbeelding kunt zien. Deze vlakverdeling kun je 1:1 over het histogram van je camera leggen. Elk grijsvlak op de schaal is een stop naar onderbelichting (-) of naar overbelichten (+). 

 

Wanneer je deze Grijs-schaal bekijkt zal opvallen dat we met ‘grijs’ (0), midden-grijs zullen bedoelen en van daaruit onder- of overbelichten.

 

  1. HOE LEES JE HET HISTOGRAM.

Door het histogram te leren lezen zul je ontdekken dat je hiermee een instrument in handen hebt om de belichting verder te optimaliseren. Wil je ter plekke een betrouwbaar beeld hebben van de belichting van je foto, dan is het histogram een ‘must’. Op de onderstaande afbeelding zie je een goed voorbeeld van een optimale histogram met de juiste belichting. Een foto met de juiste belichting zal er uitzien als een soort van bergtop in het midden met aflopende zijkanten. Zorg ervoor dat de grafiek niet de zijkanten van de randen raakt. Je verliest daardoor digitale data die niet meer terug te halen is in de nabewerking, dat zou natuurlijk zonde zijn.

Je ziet op deze afbeelding dat de piek van een optimaal belichte foto in het midden ligt. Leggen we de grijs-schaal over deze grafiek dan zul je zien dat de piek gelijkt valt met het midden-grijs (18%) dat de camera als gemiddelde neemt. Verder valt het donkerste gedeelte aan de rechterkant gelijk met zwart (-3 stops) en links valt gelijk met wit (+3 stops).

 

  1. ONDER- & OVERBELICHT

Wanneer het hoogste punt van de grafiek voornamelijk links zit dan betekent dit dat de foto veel donkere tonen bevat (onderbelicht). Zit een grafiek vooral rechts, dan zitten er veel lichte tonen in je foto (Overbelicht). Als de informatie van de grafiek dus teveel aan de randen van het veld dan noemen we dat ‘clipping’. Het doel is dus om je foto zo optimaal mogelijk te belichten waarbij je de grafiek ongeveer in het midden krijgt. Om dat te bereiken kunnen we de belichting aanpassen door het een handje te helpen. We doen dat in se semi-professionele stand met de belichtingscompensatie. In de manuele stand doen we dat met de belichtingsdriehoek.

Een foto die onderbelicht is en dus teveel aan de linkerkant zit compenseren we door meer licht toe te voegen. Zoals we in de grijs-schaal hebben gezien zitten we dan tegen het zwart (-3) aan dus willen we meer naar midden-grijs (0). Door met de belichtingscompensatie een aantal stops naar rechts (+) te gaan zorgen we ervoor dat de grafiek ook opschuift naar rechts. Bekijken we de grafiek opnieuw dan zien we dat deze meer naar het midden is opgeschoven. Een overbelichte foto (+3) kunnen we dus op diezelfde manier compenseren en voegen we meer zwarte tinten toe door een paar stops naar links (-) te gaan. Met de belichtingsmeter [+/-] van je camera kun je ook het goed zien hoeveel stops je moet compenseren om op de juiste belichting uit te komen.

 

  1. HET HISTOGRAM VERTELT ONS NOG MEER.

Een histogram laat trouwens meer zien dan alleen een juiste belichting. Het geeft ook informatie over de details die in een foto te zien zijn. Schaduwen, hooglichten, dynamisch bereik, en middentonen zijn onder andere gegevens die je uit het histogram kunt aflezen. Ook hier willen we de informatie zo volledig mogelijk in beeld houden van het histogram. Alles wat erbuiten valt is namelijk verloren (clipping). Soms is dit niet erg, maar dit kan ook heel erg vervelend zijn!

  • SCHADUWEN EN HOOGLICHTEN

Wanneer een foto teveel donkere pixels bevat verliest deze details in zogenaamde schaduwpartijen. De schaduwen zijn in de linkerkant (Grijs-schaal: zwart (-) van het histogram weergegeven. De piek van het histogram geeft aan hoeveel donkere kleuren er in de gemaakte foto zitten. Zit de piek/pieken volledig aan de linkerkant tegen de rand aangedrukt of lopen ze het beeld uit? De kans is dan groot dat je een onderbelichte foto hebt gemaakt, de schaduwen lopen dicht en tonen minder details. Deze details willen we dus behouden! We zorgen er dus voor dat de pieken van het histogram met een andere belichting naar het midden verschuiven.  Bij een foto met teveel lichte pixels of hooglichten is er juist detailverlies in lichtaccenten (rechts van het histogram weergegeven). In dat geval gaan we de foto dus wat onderbelichten om deze details terug te winnen in de foto.

  • MIDDENTONEN

In het midden van de grafiek zijn de neutrale tinten terug te vinden. In een technisch ideale foto zitten de hoogste pieken dus in het midden. Hoewel dit vaak is wat je zou willen, is het vaak lastig om dit te doen. Wanneer je een landschap fotografeert bijvoorbeeld, zul je al snel zien dat er pieken links en rechts zitten, omdat de lucht juist heel licht is, en het landschap in verhouding donker. Dit is geen probleem zolang de middentonen maar in het centrum van het histogram te vinden zijn.

Maar wat als er aan beide zijden van het histogram nog ruimte is? In dat geval worden alleen de middentonen van het histogram in de foto gebruikt. Er zijn geen hele lichte of hele donkere pixels aanwezig en het resultaat is flets. In de camera is hier niets aan te doen. Over- of onderbelichten zal geen noemenswaardige verbetering opleveren. In dit geval zal alleen in de nabewerking de foto geoptimaliseerd kunnen worden. Van een foto die weinig contrast / middentonen heeft kan in de nabewerking het histogram  ‘opgerekt’ worden. Door kan door de beschikbare toonwaarden te verdelen over het hele bereik van het histogram. Pixels die het helderste zijn worden hierdoor naar het ‘wit’ gebracht en de donkerste naar het ‘zwart’. Zodoende verkrijgen we een optimale verdeling in de foto en ontstaat er een mooi contrast.

  • DYNAMISCH BEREIK

Het dynamisch bereik van een camera is de verhouding van tussen het felste licht (wit) tot het zwakste licht (zwart) dat door je camera sensor kan worden waargenomen. We willen dat ook wel in stops uitdrukken waarbij elke stop een verdubbeling van de lichthoeveelheid voorstelt. Het dynamisch bereik is van belang wanneer je een onderwerp fotografeert met een groot contrast. Je wilt immers dat zowel de donkere als de lichte partijen goed doortekend zijn. Fotografeer je een contrastrijke situatie met een dynamisch bereik dat groter is dan dat je camerasensor aan kan, dan zullen de donkere partijen onderbelicht zijn (dus geheel zwart; ‘dichtgelopen’) terwijl de rest van de foto goed belicht is. Of je schaduwen zijn wel goed doortekend, maar dan zijn de witte partijen helemaal wit (‘uitgebeten’).

In een ideale situatie heeft je camerasensor voldoende dynamisch bereik om zowel schaduwen als lichte partijen goed weer te geven. Zeker in Nederland, is voor de landschapsfotografie een dynamisch bereik van 6 stops voldoende. Hoe feller de zon, hoe ‘harder’ het licht, hoe groter het dynamisch bereik moet zijn. Grote verschillen in belichting komen voor bij flitsfotografie, bij opnames met tegenlicht, en bij foto’s van bijvoorbeeld een interieur waar je ook het ‘buitengebeuren’ in beeld wilt brengen. Dan is het dynamisch bereik van het onderwerp groter dan van je camera. Zoiets kun je soms oplossen met een kunstje: een verloopfilter, een ‘invulflits’, een reflectiescherm of iets dergelijks.

 

  1. LET OP WANNEER JE FOTOGRAFEERT IN RAW

Wie natuur en landschappen fotografeert, doet dat best in RAW. Zo heb je niet alleen een veel groter dynamisch bereik, je bent ook achteraf veel flexibeler tijdens het na bewerken. Bovendien garandeer je op die manier de hoogste kwaliteit. Toch moet je je er wel van bewust zijn dat het histogram op de camera nooit 100 % overeenkomt met het histogram dat je achteraf zult te zien krijgen in het beeldbewerkingsprogramma. Dat komt omdat een camera eigenlijk geen RAW-beelden kan weergeven. Je ziet dus steeds een JPEG-preview, zelfs wanneer je enkel in RAW fotografeert. Je krijgt dus ook het histogram van een JPEG-foto te zien.

Deze JPEG-preview wordt aan de hand van bepaalde profielen (bv. neutraal, landschap, portret, standaard …) door de camera zelf bewerkt. Er wordt onder meer levendigheid, scherpte en contrast aan het beeld toegevoegd. De cameraproducenten doen dit uiteraard zodat de foto’s er toch prima zouden uitzien wanneer ze zonder verdere bewerking uit de camera komen. Niet iedereen heeft tijd of zin om alle foto’s achteraf te bewerken. Als je dus in JPEG fotografeert doet de camera de nabewerking voor je. De gevorderde fotograaf heeft deze stap liever zelf onder controle en fotografeert ook daarom in RAW.

  • NABEWERKEN

Hoewel er verschil van warmte/kleurtonen kunnen zijn op je camera-scherm en je computerscherm, zal de belichting op computerscherm gelijk zijn aan het histogram. Soms kan je beredeneert afwijken van bovenstaande gegevens. Als je aan nachtfotografie doet, zal je histogram voornamelijk links te vinden zijn (donkere tonen). Als je sneeuw fotografeert zal de grafiek vooral rechts te vinden zijn (lichte tonen). Belangrijk is dus om goed in je achterhoofd te houden wat je fotografeert en hoe je dit op de foto wilt hebben. Heb je eenmaal de werking van een histogram door, dan is het een handig hulpmiddel om correct belichte foto’s te maken.

 

  1. JE ROTS IN DE BRANDING

Is er een schitterende zonsondergang te zien? Dan richt je de camera op de lucht, omdat dit je hoofdonderwerp is. De camera belicht korter vanwege het vele licht, zodat vormen en kleuren van de wolken goed benadrukt worden. Het landschap wordt zo vanzelf extra donker en verandert misschien zelfs in een silhouet. Het histogram bevestigt dit door sterk naar links te hellen. Is de lucht saai en grijs? Dan richt je de camera liever op het landschap. De lucht raakt nu vast overbelicht, maar nu is het landschap beter te zien. Het histogram helt dan ook sterk over naar rechts. Als je het histogram in de gaten houdt, kun je veel beter inschatten of de camera de juiste belichting pakt. Past de vorm niet bij je verwachting? Dan kun je de belichting direct corrigeren met bijvoorbeeld belichtingscompensatie.

Het histogram geeft je inzicht in wat je fotografeert en wat je vastlegt. Mocht het beeld niet kloppen met wat je ziet en de histogram geeft wel de juiste data aan? Dan kun je er op vertrouwen dat er in de nabewerking nog genoeg winst te behalen valt. In bijna elke situatie kun je met de juiste beheersing van het histogram de juiste foto onder de streep weten te realiseren. Het is de rost in de branding tijdens moeilijke lichtsituatie ’s. Het leert je inschatten hoe je de foto’s op locatie nog kunt verbeteren en ruimte je nog hebt voor een optimale belichting. Zorg dus dat je het histogram leert beheersen en je fotografie krijgt een extra dimensie.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Deze pagina is beveiligd, dus geen copy !!
Scroll naar top