Tutorial over de belichtingsdriehoek

De belichtingsdriehoek

De diafragma, de sluitertijd en de ISO. De drie belangrijkste instrumenten die bepalen hoe je foto eruit komt te zien en of hij technisch goed gelukt is. Die drie onderdelen worden samen ook wel de ‘Belichtingsdriehoek’ genoemd. Waarom? Als je één onderdeel aanpast, heeft dit direct gevolgen voor de andere onderdelen. Vandaag leg ik uit hoe dit werkt.

Als je helemaal handmatig je instellingen instelt (en dus op de manual stand fotografeert) dan moet je overal zelf rekening mee houden. Iedere wisseling qua weer, instellingen of zelfs richting waarop je de foto maakt, maakt verschil. En als je onder dezelfde omstandigheden zelf één van de instellingen aanpast dan moet je ook iets met minstens een van de andere instellingen doen om je foto goed te belichten.

Diafragma aanpassen
Stel je voor:
Je hebt een foto gemaakt van een vriendin voor een graffiti muur. De foto is prima belicht, maar de muur is onscherp terwijl je deze juist graag óók scherp wilt hebben. Hiervoor moet je het diafragma aanpassen naar een kleinere opening (groter getal).

Wat is het effect:
Als je het diafragma aanpast en je laat de sluitertijd en ISO hetzelfde staan, dan wordt je foto onderbelicht en dus te donker. Waarom? Je maakt de opening waar het licht doorheen komt kleiner, maar de sluitertijd (de tijd dat het licht op de sensor kan vallen) blijft gelijk. Er komt dus minder licht binnen, je foto wordt donkerder.

Oplossing:
Er zijn twee opties, namelijk beide andere punten van de belichtingsdriehoek. Je kunt:
1. De sluitertijd langer maken
2. De ISO omhoog zetten (groter getal)
Welke optie het beste is is afhankelijk van je situatie. Als je de foto in de felle zon maakt dan kun je de sluitertijd vast nog wel wat naar beneden zetten zonder dat je foto bewogen uit de camera komt rollen. Maar als je hem ’s avonds maakt en je sluitertijd is al best lang, dan kun je beter de ISO omhoog zetten. Je krijgt dan wel meer ruis, maar dat is beter dan een onscherpe foto.

Sluitertijd aanpassen:
Stel je voor:
Je staat bij een waterval en hebt je foto op statief staan. Je maakt een foto die prima belicht is, maar je wilt de waterval eigenlijk als een soort sluier op je foto hebben. Hiervoor heb je een langere sluitertijd nodig, dus dit stel je in

Wat is het effect:
Als je de sluitertijd langer maakt en je laat het diafragma en ISO hetzelfde staan, dan wordt je foto overbelicht. Waarom? Hoe langer je licht op je sensor laat vallen hoe lichter je foto wordt als je de andere instellingen gelijk houdt aan je eerdere foto. Tenzij je het gat waar het licht doorheen valt kleiner maakt of de lichtgevoeligheid (ISO) omlaag zet.

Oplossing:
Er zijn twee opties, namelijk beide andere punten van de belichtingsdriehoek.

Je kunt:

  1. De diafragmaopening kleiner zetten (groter getal).
  2. De ISO omlaag zetten (kleiner getal).

Als je camera toch op statief staat en je wilt juist een langere sluitertijd dan zou ik eerst zorgen dat de ISO laag staat. Je foto is toch het mooiste met zo min mogelijk ruis! Maar als je in een bepaalde situatie een langere sluitertijd wilt hebben én een kleine diafragmaopening, dan zul je de ISO wil hoger moeten zetten.

De ISO ga ik niet behandelen omdat het maar weinig voorkomt dat je voor de lol je ISO gaat veranderen. Dit is meestal de functie die je als laatste instelt om te zorgen dat je foto goed belicht wordt.

Hopelijk heb je aan de hand van deze twee voorbeelden een duidelijk beeld gekregen van de belichtingsdriehoek. Natuurlijk is voor beide opties nog de omgekeerde versie mogelijk (grotere diafragmaopening of kortere sluitertijd) maar daar werkt het dus precies andersom. Als je het ene gaat verlengen moet je het andere verkleinen, ga je iets vergroten dan moet je het andere verkorten. Zo zorg je dat de instellingen in evenwicht blijven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Deze pagina is beveiligd, dus geen copy !!
Scroll naar top